Je breidt je basiswoordenschat uit, inclusief nieuwe (werk-)woorden en uitdrukkingen die nodig zijn om te communiceren over winkelen, dagdagelijkse activiteiten, familie, feesten, je kinderjaren, reizen, …
Je leert de verschillende verleden tijden gebruiken.
Je kan instructies en advies geven over eenvoudige onderwerpen (imperativo informale en condizionale presente).